Spring naar content

Hoe gebruik je de gesprekskaarten?

    1. Nodig je partner, een familielid, vriend, collega of goede buur uit voor een gesprek over later.
    2. Zoek een fijne plek om te zitten.
    3. Begin bij de eerste kaart. De rest wijst zicht nu vanzelf.
    4. Doe het op jouw manier. Spreekt een vraag je niet aan? Pak dan gewoon de volgende kaart.
    5. De vragen en stellingen zijn er voor jou: wat zijn jouw verwachtingen, waarden, behoeften en wensen? Door daar nu al over te praten met je omgeving krijg je meer grip op het inrichten van je leven later.
    6. Er zijn geen goede of foute antwoorden.
    7. Het is handig om dit al met je omgeving te bespreken. Dat geeft rust en zorgt ervoor dat je straks goed voorbereid bent. En zo weet jouw omgeving ook wat je van hen verwacht.
    8. Voer dit gesprek regelmatig. Probeer de afspraken zo concreet mogelijk te maken.

Denk aan mensen die kunnen helpen met boodschappen doen, koken of schoonmaken maar ook met aankleden of douchen.

Tip: Vraag aan je dierbaren wat hun verwachtingen zijn. Hoe zouden zij willen bijspringen als je later zorg nodig hebt?

Het is handig om dit al met je omgeving te bespreken. Dat geeft rust en zorgt ervoor dat je straks goed voorbereid bent. En zo weet jouw omgeving ook wat je van hen verwacht.

Tip: Voer dit gesprek regelmatig. En probeer de afspraken zo concreet mogelijk te maken.

Tip: Denk aan oppassen, klusjes in het huishouden, hulp in de tuin of het uitlaten van de hond. Maar ook op de koffie gaan, of samen eten.

Vrienden, familie en buren zijn belangrijk, nu en later. Maar contact onderhouden gaat niet altijd vanzelf.

Tip: Bedenk wat je nu al kunt doen om de relaties met je dierbaren te versterken. Bel bijvoorbeeld een vriend of kennis op, en vertel hoe belangrijk die persoon voor jou is.

Denk aan fietsen of vrijwilligerswerk, een uitdagende puzzel oplossen, wandelen met de hond of een nieuwe taal leren.

Tip: Sluit je ogen en stel jezelf voor over tien jaar. Hoe blijf je bezig?

Denk aan hobby’s, bewegen, sport, contact met vrienden, (deeltijd)werk en vrijwilligerswerk.

Tip: Onderzoek welke bezigheden jou een goed gevoel geven. Bedenk bijvoorbeeld wat je vroegerleuk vond om te doen. Of houd een tijdje bij wat je energie kost, en wat je energie oplevert.

Het is goed voor je hersenen om nieuwe dingen te blijven leren en lastige oefeningen te doen. Zo houd je je hersenen actief én het geeft een goed gevoel.

Tip: Denk aan (woord)puzzels, lezen, musea bezoeken, of het oppakken van een nieuwe hobby

Als je ouder wordt, neemt je spiermassa af. Daardoor heb je minder energie nodig en hoef je dus minder te eten. Gezonde voeding is daarom nóg belangrijker:

Tips:

  • Eet voldoende fruit, groenten, volkorenproducten en eiwitten (vis, vlees, eieren en vleesvervangers).
  • Gebruik weinig zout, om een hoge bloeddruk te voorkomen.
  • Slik (alleen) in overleg met je arts vitaminepillen.
  • Drink zo min mogelijk frisdrank en alcohol.
  • Minder snoepen en snacken, en dit vervangen door bijvoorbeeld snoepgroente of fruit.
  • Drink genoeg water.

Beweging helpt om fit te blijven en lekker in je vel te zitten. Denk aan sporten, maar ook dagelijkse beweging zoals schoonmaken, fietsen en tuinieren.

Tip: Maak van bewegen een routine. Wandel bijvoorbeeld altijd op hetzelfde moment in de week. Nodig ook eens je buur uit: zo leer je elkaar kennen én kom je makkelijker aan je dagelijkse beweging.

Tip: Sluit je ogen en probeer jezelf over tien jaar thuis voor te stellen. Wat zie je?

Tip: Wat zou je doen als geld geen rol speelt? En wat is er mogelijk met het geld waar je momenteel over beschikt?

Denk aan een slaap-kamer en badkamer op begane grond, bredere deuropeningen, onder-houdsvrije tuin, een traplift en koken op inductie.

Tip: Denk bijvoorbeeld aan een supermarkt, buurtcentrum, ov-halte, apotheek en huisarts.

Tip: Maak samen een lijstje met noodzakelijke aanpassingen. Bespreek ook wat je voor elke aanpassing nodig hebt. Bijvoorbeeld bouwmaterialen, gereedschap of een aannemer.

Vorige kaart
Volgende kaart